‘Hou nou es op met je gemekker over Flipflops en dingen die boven je pet gaan. Vertel leuke dingen. Je was ooit begonnen over je avontuur met de duivel. Kijk, dat interesseert mensen, dat gaat ergens over. Ik kan me niet herinneren dat je dat verhaal ooit afgemaakt hebt. Dat had je wel beloofd. Dan haken mensen af, ze willen actie. De mensen zitten niet te wachten op allerlei losse eindjes, daar is het werkelijke leven al voor. Er moet samenhang in zitten, een kop en een staart, een afloop, liefst een goede, een moraal, geen willekeur.’

Miss Nothing zit op de rode bureaustoel spinnijdig te wezen.

Murphy zegt lekker niks, hij is het wel gewend en het heeft veel meer rendement, hij kent haar een beetje.

En ja hoor daar is ze weer: ‘Dat was tenminste een spannend verhaal, dat je hem zag in de condens en dat je hem aan diggelen hebt geslagen.’

‘Wie, ik? Daar kan ik me anders niks van herinneren. Fris m’n geheugen op zou ik zeggen.’ Murphy prikt afwezig met z’n stok in een van de vele dingen die tegenwoordig op de grond vallen, hij moest die reacher maar weer es tevoorschijn halen.

‘Hoezo kan je je daar niets meer van herinneren? Heb je ook een smakkerd op je hoofd gemaakt misschien? Daar lieten de foto’s anders niets van zien, die uitslag was positief.’

‘Welke uitslag? Is er een uitslag geweest dan? Ik heb niks gehoord. Mij hebben ze niets verteld. Geen enkele uitslag ontvangen, slechts meldingen. Ik mag blij zijn dat er nog geen commando’s bijzaten zeker. Dat er…’

‘Kruip maar weer op je stokpaardje…’

‘Je weet niet eens waar ik heen wil.’

‘Een cynische opmerking over de Zorg neem ik aan.’

‘Nee. Dat heb je helemaal bij het verkeerde end.’

‘Oh? Wat wou je dan zeggen?’

‘Slechts aangeven dat het te denken geeft dat ik geen flauw benul heb wat ze allemaal met me hebben uitgespookt. Achteraf gezien en gezwegen…’

Mur zwijgt zowaar even, steekt een sigaret op. Inhaleert diep en vervolgt op samenzweerderige toon:

‘Je kent DemiMot toch?’

‘Huhhuh. En of ik DemiMot ken. Alias DeMeanMode. De man van de halve woorden en de halve daden. Jammer genoeg wel. Wat is er met hem?’

‘Hij waarschuwde me pas geleden. Er wordt op me gelet. Ze weten dat ik weer aan het schrijven ben geslagen.’ Mur staart in de verte, weet niet precies hoe i moet kijken, nu. Neemt maar een trekje.

En ja hoor, Miss Nothing barst in een spottend gelach uit, hol en boosaardig, vindt i, en haar wenkbrauwen staan ook op onweer.

‘Dreigementen, Miss Nothing. Werkelijk. Het regende regelrechte dreigementen. Mijn boeken van de markt drukken is nog m’n allerminste zorg. Allemaal via die vermaledijde proffie.’

Als Mur gedacht had dat die woorden verzachtend zouden werken hatti het mooi mis. Integendeel, Miss Nothing veerde op alsof ze door een wesp gestoken werd, en hief een priemende wijsvinger in Murphy’s richting, prikte er venijnig mee in de lucht terwijl ze siste:

‘Nou moet jij eens goed naar me luisteren. Hoeveel jaar werken we nu al samen? Dertig? Veertig? Raad maar es, dat zal je ook wel vergeten zijn.’

‘Een jaar of dertig schat ik zo.’ Mur haalt z’n schouders op en drukt de peuk uit. Lekker belangrijk zeg.

’28 Oktober aanstaande is het precies 43 jaar.’

‘Time flies when U’re having fun. Jammer dat het zo’n raar getal is, anders zouden we het kunnen vieren. Op wat voor dag valt het? MUR4 viert alles.’

‘Op een maandag.’

‘Op een Maandag? De beste dag om een feestje te bouwen voor een Arthipstar. Ik zet het meteen in m’n agenda.’ Mur grijpt zun stokken en krabbelt moeizaam overend. Zogenaamd richting agenda, op het burootje voor, hij weet dat Miss Nothing hem staande zal houden. Maar dat gebeurt niet dus loopt i kreunend de kamer door en krabbelt het in z’n agenda, mompelend:

‘Drie-en-veer-tig-jaar-MissNothing- Par-ty-time-mmmmm. Waarom uitgelezen drieenveertig, pardon achtentwintig oktober, laat me es kijken, 1976?’

‘Omdat dat de dag was dat jij de deur uit vluchtte, in dit geval een zware 17e GoudenEeuwse kapitale deur, zo zwaar en solide dat ze die echt niet opengekregen zouden hebben als je dáár met een gefractureerde heup had gelegen, in plaats van Cor-o-Nation-steeg nu. Echies niet, pfff, dat was pas es een deur!’

‘Kan me er niks van herinneren.’

‘O nee? Nou, daar geloof ik mooi niets van, maak dat de kat maar wijs.’ Tranen van woede flonkeren langs de wangen van Miss Nothing. Of is het geen woede? Te horen naar hoe ze de woorden eruit spat wel:

‘Dat was anders bij uitstek een flipflop moment van jewelste, zou ik zo denken. Jij rennend voor je leven met je babietje in je armen geklemd, die imposante jugendstil wenteltrap af, terwijl er een kinderwagen achter je aanvloog, als een omkering van de Potjemkinkinderwagen, en daarna ook nog vier stoelen erachter aan denderend over de trap de kinderwagen landde ondersteboven achter je en je moest met één hand die loodzware deur open trekken en in de andere arm klemde je Koen, je driemaanden jonge babietje en je perste jullie tweeën door de kier, sprong naar buiten en zette het op een schreeuwen.

Toen ben ik in je leven verschenen en heb je in m’n armen genomen en je naar de overkant gebracht, naar de biljartwinkel waar je binnen op verhaal mocht komen op een stoel met een glas water en een huilend Koentje op schoot. Je hebt nog een wijd spijkerjekkie van haar gekregen, de winkeldame van de biljartzaak. Omdat je veel te dun gekleed te straat op gerend was. Nergens op voorbereid. Zelfs een dekentje. ‘Voor je baby, hou maar.’ Lief hè? Weet je dat echt niet meer?’

Nu is er geen twijfel meer mogelijk. Miss Nothing is echt heel verdrietig. In de eerste plaats. En ook woedend. En jaloers. Al die emoties wisselen elkaar af.

Wie had namelijk ooit haar, Miss Nothing, verteld dat uitgerekend zij het flipflopmoment was geweest? Precies. Ik bedoel maar. Waarom nog een andere, is één goeie flipflop niet genoeg, had ze er nu een concurrent bij, waar ze zogenaamd opeens mee samenviel of zo, tja dat was lost race beforehand, aan deze gekkigheid moest een einde komen en wel zo snel mogelijk.

‘Ik begin me nu echt een beetje zorgen te maken hoor! Net als altijd ga je te ver, overdrijf je verschrikkelijk. Snap out of it! Anders ben ik bang dat ik op zoek ga naar een goeie shrink, hoor je dat! een zielenknijper, a soulreacher if U wish. En weet je aan wie ik dan denk? Je grote vriend, maar niet heus. Ja, je kijkt nu al als een verschrikt konijn, je weet drommels goed wie ik bedoel, zoveel spiegeljatters hebben we niet in ons netwerk. Die aansteller, die poseur: Maurice. Met zijn zogenaamde parkegaai, Werner.’

‘Verspilde moeite, ze doet zogenaamd interessant, samenvallen met je creatie, een veel beproefd thema, iets met een P. Niks vergeten, hoe kan je nou het moment van je onafhankelijkheid vergeten, je bloedeigen IndependanceDay!’, zegt MissYa, die net binnengeslopen was om genoeg op te vangen.

Ohhh, dat was het dan voor vandaag, als die twee er zijn wordt schrijven niks meer, ook al zijn ze vertrokken, ze hebben de loop van de dag bepaald. Met veel misbaar stopt Murphy z’n vulpen terug in het etuitje, pakt zijn aantekeningenboek, een dummie geheten ‘Aan het eenzame meer’ en het etui en stopt dat in een rode linnen tas met zwart opschrift ‘Effects of Good Governance in The Pit‘ hangt dat om zijn nek, pakt zijn krukken en stommelt ermee naar zijn bureau. Legt daar het boek en de pen op zijn bureau. Zucht en gaat naar buiten kijken, de steeg in. De kust is veilig. Niemand die doelloos rondhangt, een sigaret opsteekt en een haal neemt, ondertussen zijn blik omhoog richt, richting mijn raam. Geen drone te bekennen. Zouden ze gelijk hebben soms? Miss Nothing en haar gemekker over Independance Day, MissYa met haar gezever over mijn zogenaamde gehunker naar aandacht en liefde en romantiek… Puh, en DemiMot dan, alias De Aansteker? Nee, het is de hoogste tijd om wat plannetjes te trekken, plus wat consequenties. Een sterk/zwaklijstje.