Gisteren kwam Jolijn, van Buurtzorg, een sympathieke organisatie die geen hiërarchie kent en in kleine kernen autonoom opereert door het hele land vertakkingen en altijd buurtgericht, ons kent ons, ook telefonisch. Aardige vrouw, Jolijn, ik krijg maandag en donderdag hulp bij het douchen.
Nathalie was er ook bij, zij kwam even op visite om te kijken hoe het met me gaat. Zij werkt ook in de zorg, afdeling huishoudelijke ondersteuning, precies waar ik naar op zoek ben. Hoe leuk zou het wezen als zij bij mij zou kunnen komen? Wij hebben wel een klik. We kennen elkaar via Jeltes. Daar stond zij vaak achter de tap. Ach, Jeltes, ook al weg. Niks voor in de plaats gekomen. Andere fase. Nathalie. Fantastisch als wij samen zouden kunnen werken. Dat zou dan echt ‘samen’ zijn, nogmaals, dan schiet het lekker op in alle opzichten. We fantaseerden er op los toen Jolijn was vertrokken. Wie weet. Nathalie is daadgericht, zij ging meteen op onderzoek uit, op internet. Niet alleen maar dromen, ook doen. Dat is Nathalie. Leven in de brouwerij. De hele dag stond al in dat teken. Eerst was er al Erica geweest, een professional op het gebied van catering-de-luxe mijn buurvrouw rechts, Erica, een Italiaans aandoende beauty die, waar ik haar ook ontmoet, en dat is meestal voor de deur natuurlijk, mij het gevoel geeft dat we in een film zitten, ze heeft de gave om alles in Full Glossy Color een zweem van surrealisme te geven, haar aparte manier van praten, met zachte stem, haar gevoel voor stijl, nonchalant, altijd sexy, meer desondanks dan dankzij, en mede daardoor charmant en ontwapenend, en ze kookt fantastisch, af en toe geeft ze aanschuifdineetjes bij haar thuis, daar heb ik ook wel eens aan meegedaan, lekker en leuk, en ook prachtig aangekleed en opgediend, iedereen zou een keer in zijn of haar leven bij Erica aangeschoven moeten zijn. Een unieke ervaring. Van Erica had ik zondag een curry gekregen een heerlijke maaltijd, en nog een lasagnahapje, genoeg voor minstens twee dagen. En zondag kwam Co ook al aanzetten met zelfgebakken Turks brood en een soep met knolselderie en aardappel, gezond en apart, ook al voor twee dagen. Gelukkig is er altijd Pim die graag een hapje mee eet, maar ook hij zat vol na de soep en het Turks brood. Co is een vriendin die al vanaf het nieuwe millenium in zicht is. Ik ken niemand zoals Co. Apart in alle opzichten. Feiten spreken voor zich. Soep opwarmen, brood snijden opdienen en tegenover je zitten met een karaf water en shaggies rollen en roken. Niet eten. Co eet niet in gezelschap, een van haar vele eigenaardigheden waar je even aan moet wennen. Er staat zoveel tegenover qua inzicht en humor en gedeelde passies dat het niet uitmaakt. Anders zou ik geen hap door mijn keel krijgen. Co is zo oorspronkelijk en zo zichzelf en gaat zo totaal op in alles wat zich voordoet dat het fijn is om in haar gezelschap te vertoeven, etend of niet. Lilja nam altijd croissantjes mee als ze me hielp met m’n sokken en schoenen ’s ochtends. Had ik een pot koffie gezet, heel gezellig. Praten over plannetjes. Lilja is ook kunstenaar en is al druk bezig voor de Kunstlijn, net als Charles. Lilja is bezig met beelden, ruimtelijk werk, betoverende kleuren, dromerige creaties die ik alleen op een mobiel heb kunnen zien. Robin Hood op zijn beurt heeft even een pitstop op zijn werk en neemt de tijd met het bestuderen van beroemde filosofen waar je dan van alles over te weten komt, ditmaal is Schopenhauer aan de beurt. Ik zal hem eens aan de tand voelen, weinig als ik op de hoogte ben van filosofen behalve misschien Wittgenstein die me te pakken had met zijn statement ‘waar je niet over kunt praten, daar moet je over zwijgen.’ Robin Hood is kleine zelfstandige in de bouw, hij neemt allerlei klussen aan, van de Burgwal nu tot Italie over drie weken. Daar heeft i een koeienstal omgebouwd tot zwembad, als ik het me goed herinner. Je zal maar een fout maken, ik moet er niet aan denken gewoonweg. Robin Hood heeft zo z’n bedenkingen bij kunst, vooral Kunst met een hoofdletter van vrienden en kennissen zijn de pineut, vaak blijft er weinig van heel. Hij begrijpt de inzet niet, en de overgave die maakt dat je je leven lang schijnbaar hetzelfde doet. Dat lijkt alleen maar zo door de afstand, de distantie die je zelf neemt om het tot je te nemen. een eeuwigdurende discussie die vooral met wat drank op hilarisch kan worden. Want je kunt erg lachen met Robin Hood en hij heeft een aanstekelijk gevoel voor humor en absurdisme.
Wie er gisteren onverwachts ook nog op kwamen duikelen waren Carla en Ella. Carla, van Wiebe, de dakburgemeester en Ella van Jean-Pierre, aan de linkerkant van me in de steeg. Grappig, Carla en ik zijn al een jaar of veertig buren, en nu was ze voor het eerst bij me over de vloer. Ze keek niet eens raar op van het interieur. Ach, na al die jaren zal ze wel een bepaalde indruk van me gekregen hebben die zo’n huisinrichting (twee kanten op) aannemelijk maakt.
Ella is stukken jonger en woont nog niet zo lang naast me, pakweg een jaar of toen, vijftien, schat ik, zal ik es navragen voor de gein. Ze is ingetrokken bij JeanPierre en nu al jaren een leuk vlot ondernemend stel met een boot en exotische tripjes, soms alleen soms mannen of vrouwen onder elkaar. Jean-Pierre is ook al kok, een culinair rijtje in de Cor-o-nationsteeg, nou ja bijna. Cornelissteeg.
Vroeger had Wiebe, van Carla behalve en enorme buik en walrussnor ook een heel harde stem, waar Carla, op haar beurt, overheen moest. De lente was pas goed doorgebroken als je hun stem kon horen galmen over het grote platte dak achter, waar zoveel huizen op uitkomen, allemaal met hun achtersnuit volgens mij. Ik heb het diepste en kleinste platje, een slordige 2×2 meter met een lichtkoepel van de winkel eronder in het midden. Ik mag er niet op, maar moet wel zorgen dat het schoon is en dat de afvoerputjes niet verstopt raken. Een onmogelijkheid, dus nu kom ik er wel op om de planten water te geven die ik recht tegenover mijn schrijfplek op het dak gezet heb, en waar ik nu naar kijk. Op een fiks uitgevallen Oost-Indische Kers, zonder ook maar één bloemetje. Het heeft heel hard geregend de laatste tijd, Haarlem heeft heel wat te stellen met de wateroverlast, en hier kijk ik slechts om een hoekje, ik kan, als arthipstar echt het dak niet op. Nu heeft Wiebe niet meer zo’n snor, buik en stem. Nu zijn mijn oren zo gespitst op het horen van de eerste lentezang waar mijn hart na een lange kouwe winter altijd zo’n behoeft aan heeft, is het niet van een merel, dan van het geloei van Wiebe. Tegenwoordig hoor ik hem slechts zachtjes praten, met het raam open zelfs, en die gespitste oren. Ach, en de herfst is nog maar amper begonnen. Voorlopig weinig volk op de platte daken, enkel op Zaterdag, door de Geheime Houtstraat, die vlak achter het hek loopt, dat er nu anderhalf jaar staat. Geheime Houtstraat, omdat er op Zaterdag best heel veel mensen lopen met zware boodschappentassen voor het weekend. Waar de straat begint en eindigt weet ik niet, in de eerste plaats omdat ik er dus niet op mag, officieel, in de tweede en plaats en eigenlijk de voornaamste reden, omdat als ik er heen ga, het geen geheim meer is, en de gedachte oh is dat alles vast de overhand neemt terwijl bij een geheim, hoe saai en voor de hand liggend de uitkomst wel wezen zal, bij een geheim hou je altijd dat prikkelende, tintelende, mysterieuze gevoel. Een beetje secreet is gek op een secret.
Enfin, met al dat buurgebeuren wordt het de hoogste tijd om iets leuks te verzinnen. Wie weet met de Kunstlijn, ff inbreken in het systeem met de AlleyheArtline. Aangezien ik de enige kunstenaar ben in de steeg krijgt iedereen een uitnodiging van me voor tussen elf en zes, en dan mag iedereen een kunstwerkje uitzoeken, en er is thee, koffie, taart, hartige hapjes. De drank moeten ze zelf meenemen, anders kan ik het niet betalen. En een grote pan soep, dat is hier altijd de uitsmijter. Een aangepaste SupersoupSaloon.
Die was ik net begonnen te organiseren, voor een select gezelschap fat in principe steeds aangroeit. Een mini-proefsessie en de eerste midzomereditie zijn geweest en het was een groot succes. Nu als tussendoortje een kunstsalon voor de buren. Voor iedereen in de steeg die zo lief en zorgzaam voor me is. Dat is iets wat ik kan schenken, koffie thee, soep en kunst. Leuker dat zij iets hebben aan de muur dat hier in stapels voorhanden ligt en nooit een kip naar kijkt. Helemaal niet slecht hoor, gewoon een andere levensfase. Toen hield ik van verflucht, terpentijnlucht, hield ik van de substantie verf, was het m’n lievelingsdag als ik verf in ging slaan bij Artel, op een gegeven moment in de Jozefkerk, met gekleurde banen licht van al die glas in lood ramen die over al die kunstenaarsmaterialen heen scheen, toen had kunst nog iets sacraals, de betere kunst dan. Kunst met een hoofdletter, sommigen onder de abonnees verschieten nu van kleur, wie weet kan ik dat Supersoupsaloon akkefietje later uit de doeken doen, achteraf heel grappig en onontbeerlijke toevoeging in mijn leven; alles op zijn tijd, nu is nu. De Jozefkerk werd Artel, en nu de Jopenkerk.
Nu is vrijdag, de medicijnman is geweest, de buurtzorg belt of ze langs zullen komen voor een klisma. So sweeet! Echt zorgzaam en persoonlijk. Hartverwarmend, Buurtzorg, onthou die naam. Hoeft nog ff niet, ik neem eerst die drankjes wel die binnengekomen zijn. Sloten koffie. Wel goeie espresso, voor het pruttelpotje de sterkste espresso van Simon Levelt, zuivere koffie in alle opzichten.