Over zuivere koffie gesproken: Vanochtend stond ik verontwaardigd op omdat ik ’s nachts toen ik moest plassen en een sigaretje ging roken daarna, dat is vaste prik, op m’n mobiel bij google news las, dit keer over de zuiverheid van edelstenen. Via cookies waren ze er waarschijnlijk achter gekomen dat ik dol ben op stenen, midden in een crescendo van belangstelling en gerichtheid op stenen, hun uitstraling en kracht. Over de cookies en klikgedrag hebben we het een andere keer, nu stenen.Als klein kind verzamelde ik al stenen, op kiezelpaadjes. verschillende soorten, de witte, de grillige bruine de stenen met witte ringen, en soms de buurstenen die er zo innig naastlagen dat je wist dat ze bij elkaar hoorden, die verzamelde ik in kartonnen dozen in mijn kastje naast mijn bed, en mijn vader zei dat als het huis in zou zakken dat het dan kwam door die stenenverzameling van mij, ik had er ook een boekje over, kristallen en edelstenen dat ik las en de plaatjes bekeek, opaal, maansteen, fluoriet, labradoriet, tijgeroog, jaspis, robijn, kwarts rose, agaat, je keek je ogen uit van al die flonkerende pracht, zo onbereikbaar, een onvoorstelbare schat vertegenwoordigend, en als je las over zeerovers en piraten en eilanden met een begraven schat dan dacht je aan al die flonkerstenen, juwelen, het woord alleen al, juwelen. Hert kwam niet in me op dat ik later zulke stenen op tafel had liggen, boven en beneden, dat ik er af en toe, steeds vaker eigenlijk, eentje koop. Bij de nieuwe Ananda in de Kleine Houtstraat. In Spanje had je ook zo’n leuk winkeltje, daar heb ik mijn meteoriethanger ooit gekocht die ik altijd om heb. Uit Rusland, gevonden in 1968. Dat jaar deed het hem uiteindelijk, dat turbulente wereldjaar. Ik heb er een echt certificaat van, de naam en de foto, ging net kijken, kwijt, heb het een nieuw plekje gegeven, een betere en zoals altijd kan je het dan niet meer vinden. Fantastisch plekje heb je het gegeven. Zoeken is geen optie, daar raak je van uit je hum, so hum so hum so leave it, ondertussen zijn we wel bij de kern van de verontwaardiging beland: veel van die juwelen zijn helemaal niet zuiver, integendeel, er zit een soort slavenarbeid achter, stenen van veertig kilo versjouwen iedere dag voor een euro, veel van die stenen, en getverdegetver juist die stenen waar ik zo verliefd op ben, de agata dentrico, die komt uit Madagascar waar al die wanpraktijken plaatsvinden, Madagascar, of all places, dat ik nog op m’n verlanglijstje had staan als een van de plekken waar ik nog wel eens heen zou willen gaan, nou mooi nooit niet, mij zie je er niet meer, en achter de oorsprong van die stenen, daar ga ik mooi achteraan. Zulke stenen zouden inderdaad gecertificeerd moeten zijn, een fair-trade keurmerk of zo. Nu hebben die stenen opeens een andere uitstraling, dat kan toch niet waar zijn? Is alles wat mooi is in deze wereld dan zo gecorrumpeerd? De enigen die dat kunnen veranderen zijn wij als consument door te eisen dat de dingen die we kopen garant staan voor goede werkomstandigheden, goed loon kortom menselijkheid een toontje hoger, asjeblieft, een toontje hoger, now or never, we are the Whistleblowers! Op wat voor manier dan ook, het is 2019, wake up, we pikken het niet langer. Dat alles vergiftigd wordt. Alles. Op alle mogelijke manieren, Te walgelijk voor woorden. We weten het allang en het gaat maar door en we laten ons helemaal gek maken. Omdat alles wat we nemen vergiftigd is. Bijna alles, ik overdrijf om het scherp te stellen. Gelukkig zijn er uitzonderingen, tegendelen zelfs, zeker, blijft over dat ik wakker werd met een rotgevoel omdat die mooie agata dentrica onder mijn kussen gelegen had en ik gedroomd had van een klein jongetje dat een hele grote zware puntige scherpgerande harde rotsblokachtige steen een berg op moest rollen en daarna de berg af, de steen tegenduwend, een vreselijk werk. Het jongetje keek me aan en lachte, hij had heel mooie groengrijze ogen die aan agatas dentricas deden denken. Have a nice day mister Murphy.
De uitstalling van m’n edelstenen op de glazen tafel scheen z’n adem in te houden en er zo onschuldig mogelijk uit te zien. Het zij zo. Toen wist ik het niet. Had het wel kúnnen weten, dat schrijnde. Kapitalist! Tuurlijk waren het bloedstenen! Hoe had je anders kunnen denken? Je wou gewoon niet denken. Je wou die steen hebben. Nou, daar traptenie mooi nooit meer in. Herkomst vragen in winkels, en anders naar stenenbeurzen met stands waar ze gecertificeerde stenen verkopen, die bestaan vast.
Het regent en regent maar door. Robin Hood is gekomen om de flamencoplant te redden, die verzoop in een emmer water die al dagen tot de rand vol is. Desondanks ziet i er goed uit, staat er pront bij, op de grond. Zeker een moerasplant zei Robin Hood. Hij heeft ook de vuilnis mee naar buiten genomen en in de bak van de Grote Houtstraat Hartje Haarlem gekieperd.
Daarvoor was Charlie Brown gearriveerd op de koffie. Hij had hazelnootgebakjes bij zich waar ik zo dol op ben, alleen krijg ik ze amper weg door een ontsteking in mijn mond, bijwerking van de medicijnen lijkt me. Dit keer heb ik het eerlijk gezegd, meteen, en ben er niet aan begonnen. Die krokante croissantjes van Lilja Björk, kauwen met tranen in m’n ogen stond nog strak in m’n geheugen gegrift. Vandaag eet ik enkel bleekselderiesoep en kwark met vruchten en vanillevla, verder niks.
Waar waren we. O ja Charles, min of meer, nee, helemaal over de rooie door het gedrag van een wederzijdse vriend van ons. Hij was hem tegengekomen op straat tot op dertig centimeter afstand en hij had hem straal genegeerd. Dat kan dus ook. Ze hadden elkaar nota bene in de ogen gekeken. Geen sjoege. Hij had zich toch omgekeerd en geroepen hé man! De wederzijdse vriend kon niet anders dan zich er met een vaag excuus uitlullen. Bij mij hatti dat ook niet zo lang geleden geflikt, voor mijn huisdeur, op een andere opzoomerdag nota bene, in de lente, voor mijn deur waar ik wat nieuwe plantjes een plekje gaf aan de andere kant van de roos, en we zagen elkaar en toch deed hij net offi me niet zag heel eng was dat en ook ik riep hé man, zeggen we elkaar niet meer gedag! Ken je me niet meer of zo? En toen was er ook een schaduw van een masker over zijn gezicht gegleden, en we begonnen een prietpraatje, heel afschuwelijk. Want hij is ook boos op mij. Waarom weet ik niet precies, daar moet ik naar gissen, echt op zijn Haarlems, het stikt van de bozigheidjes en de beetjebozigheidjes, nou ik ben er klaar mee. het lijkt wel een besmettelijke ziekte, een Haarlemse Pan-epidemie. Als je iets op je lever hebt, of ik heb iets misdaan of zo, zeg het dan recht in mijn gezicht en ga geen potje negeren wat zullen we nu meemaken zeg!
Enfin, de hele koffie ging er aan op aan dat gezeik dat je eigenlijk moet negeren op jouw beurt. Het kan alleen, als het plotseling is, en dat zijn die dingen meestal, en je ongewapend bent, onvoorbereid op een confrontatie dat het heel hard bij je binnen kan komen. Je totaal in de war en van streek kan maken soms dagen lang. Het fijne van ouder worden is dat je meer gepantserd bent, je bent er al geweest, dat stationnetje passeer je gewoon lekker, je blijft zitten en stapt niet uit, zwaait naar de krantenjongen bij de kiosk waar je zojuist de laatste MurMurNewsEdition op de kop getikt had door er het dubbele voor te bieden. Double or Nothing het geweldige boek van Raymond Federman dat ik onlangs ontdekt heb, mede door die leuke boekhandelaar bij de Atheneum, lekker dwars type. Hij schrijft ook, korte puntige cartoonachtige stukjes. Die zei dat het een geweldig boek was, een baanbrekend knettergek totaal origineel eigenzinnig boek. Nou hij heeft niks teveel gezegd, dat boek heeft me totaal van m’n stuk gebracht van de onverwachte perspectieven die zich voordeden plus de verwachte, die op de een of andere manier ook met jouw eigen boek te maken hadden, Murphy Slaw, door de verdubbeling. Enfin, ik mag het even niet meer lezen, anders beïnvloedt het me teveel. Aan de andere kant: als MUR4 forever doorgaat, tot de laatste snik, niks,snik ,niks stik stop start zal ik maar zeggen, dan zou dat betekenen dat ik nooit meer een boek mag lezen! Dat zal mooi worden zeg! De boekenkast puilt uit van de boeken die ik allemaal nog wil lezen! Dus de groeten! Ik ga meteen beginnen, je kan niet de hele dag schrijven. O jee, de bel. Waar is m’n stok? Altijd als ik wil lezen.