‘Hoe bevalt het looprek? Beetje handig? Geen hulpstukken. Onpraktisch. Vreemd. Niks dat je er aan vast kan klikken. Vraagt erom. Stupide. Loopt het?’ DemiMot. Alias De Mitrailleur.
‘Ach wat zal ik zeggen…’
‘Zeg maar niks’ zegt DemiMot ‘zag ik meteen, vind ik iets op.’ Monter haalt hij een flacon uit z’n zak. Z’n navijvertje, het is kwart over, het zal zijn tweede ouzo zijn. Mooi zo. Demi Mot was niet te pruimen met koffie. Thee dronk hij niet. Mijn letter niet, zei hij tegen vreemden die hem een kop aanboden.
Hij hield de flacon in de lucht, richting Murphy, in een plichtplegerig gebaar dat die er ook een mocht nemen. Nee dank je wel.
‘Zeker?’
‘Arthipstar, darling. Die drinken niet. Die zijn wel wijzer.’
‘Cheers dan maar. Op onze vriendschap.’
Dat klonk plechtig. Niks voor DemiMot. Die vervolgens gelukkig zonder omhaal een teug neemt em een afwerend gebaar maakt als Mur met een glas aan komt zetten.
‘Lamaar. Dit drinkt lekkerder. Weekend.’
Murphy vult het overgebleven glas met water, en gaat tegenover DemiMot zitten aan de grote tafel. Een tijdlang zeggen ze niks, staren een beetje voor zich uit en in de rondte. Dan zucht hij diep, slaat op zijn knieen en kijkt daarnaar, alsof er een soort naklap te zien zou zijn, schudt zijn hoofd zachtjes heen en weer, neemt weer een slok uit de flacon, kijkt dan eensklaps Murphy recht in de ogen en zegt zachtjes:
Óp je tellen passen Mur. Er wordt op je gelet. Kwam me ter ore bij onze gezamenlijke vriend. Daar liep hij in de rondte te promeneren. Proffie.’
‘Proffie? Echt? Hatti het over mij? Wat zei die dan precies?’
‘Woordelijk?’
‘Ja natuurlijk. Zoveel mogelijk. Onverbloemd.’
‘Onverbloemd? Lamedenken.’ Om het denkproces te stimuleren neemt hij nog een slok en spoelt z’n mond ermee, of zoals het in kennerskringen heet, laat het soepel door zijn mond lopen. Als i het eindelijk doorgeslikt heeft vouwt hij zijn handen onder z’n hoofd en kijkt Murphy doordringend aan.
Met een lage, lijzige stem en dito samenzweerderige blik zegt hij, in een povere poging tot proffiaans
‘Die vriend van jou, die Slaughter, is die weer aan ’t schrijven? Zoiets heb ik pas viavia opgevangen. Laat me eerlijk wezen. Onder ons gezegd en gesproken. Ouwe vrienden onder elkaar. Mag ik een advies geven? Laat hem een beetje oppassen met wat hij schrijft, of z’n nieuwe meesterwerk ondergaat hetzelfde lot als zijn veelbelovende voorganger, Murphy Slaw. Namelijk de vergetelheid. Nauwkeuriger geformuleerd: het komt nooit uit. Een doodgeboren kindje.’
Murphy deinst terug, zover als dat gaat zonder pijn. Ontzet. ‘Echt? Zeidiedat? Proffie?’
‘Dat zei hij. Woordelijk. Slok?’
‘Nee dank je. Wat vreselijk. Hoe durft i. Een doodgeboren kindje. Wat een bot metafoor. Hoe verzin je het. Murphy Slaw, een doodgeboren kindje. Waar haalt i het vandaan? Het komt heus uit hoor, van het voorjaar waarschijnlijk.’
DemiMot grabbelt weer in die jaszak en tovert er nu een zilverkleurig sigarettenetui uit tevoorschijn. Hij klikt em open en houdt em Mur voor die er een sigaret uit neemt. DemiMot flitst in één beweging de sigaret eruit en de aansteker aan, waar i vuur van neemt en dan aan Mur overhandigt.
‘Impressive’ zegt i terwijl i diep inhaleert om het ding aan de gang te krijgen, en as het eindelijk brandt enni een trek genomen heeft vervolgt i ‘was dat alles?’
‘Niet genoeg?’ En als Murphy niks zegt en de stilte pijnlijk wordt
‘Jouw keuze. Je hebt het niet van mij. Hij zei dat de CIA er genoeg van had, die slecht gefundeerde rumours die jij rondbazuint en die te zogenaamd grappig zijn om serieus op te reageren zonder gezichtsverlies, het laatste dat de CIA kan gebruiken op dit moment, nu de ene na de andere trouwe medewerker opeens een Whistleblower wordt. Ze staan al genoeg in een slecht daglicht. En nu jij weer. Het ergste is dat het gewoon een goed boek is, net als zijn voorgangers, maar dit snijdt dieper, Murphy Slaw. Het laatste wat hij zei was En dat boek is z’n minste zorg als hij zo doorgaat, uw vriend Mr. Slaughter. Wie zal het zeggen? What’s in a name? Zo eindigde hij, met een sardonische grijns op die tronie, je weet wel hoe vals hij kan kijken.’
Murphy’s mobiel bliept. Een message van Lilja Björk om te zeggen dat Robin Hood of Charlie die boodschap dan wel even hadden kunnen doen gezien het feit dat ze er toch waren. Met andere woorden waarom niet hun gevraagd? Waarom moest zij nou weer opdraven? Nou, liever niet zelfs nu. Wat een bof. Zij kende DemiMot niet en dat moest zo lang mogelijk zo blijven. DemiMot, alias CasaNOVastigheid. Ze had geen idee. Niemand. Dat was de bak. Nou ja, wat je maar bak noemt. Hing van het perspectief af. En als MUR4 er niet geweest was en de grote flipflop dan zou de wereld vergaan nu konni enkel z’n schouders ophalen en zeggen so whot? Lekker vet. So whotdoUwant uhhh? U’re in my book already, U shithead, you and your connections and corparations U don’t know that we know that U know that we know. U’ll be amazed. So whoddoUwant, please get out, take the new door, U bore me.’ Niet tegen DemiMot natuurlijk, tegen hun zogenaamde gemeenschappelijke vriend. Pfff, Proffie. Proffie van de koffie!
De bel gaat weer. Het is Robin Hood, gekomen om m’n plant te redden die buiten op het platje staat te verzuipen in een emmer met water die allang tot de rand vol is. Dat is al gebeurd ja. En gebeurt weer en weer en slecht weer en mooi weer.
Charlie Brown
don’t make me frown
the sun is shining &
it’s almost tomorrow
U’ll wear a crown
and I’ll look like a clown
beside U.
But if I can borrow
some time from U?
In this funny little town
where U please
won’t let me down
don’t spend your dime on me
it is your splendid thoughts
that set me free
and now it’s weewee time
sweet weeweetime
sweet dreams it is
to Morrow.
Dat is een slaapliedje. Ik ben moe. De pillen wachten. En de stenen. De planten welterusten zeggen. Well Trust &. En allemaal: Goodnite. Sweet dreams.Murmurmurmurmur…
Alweer Zaterdag. Net als de Zaterdag ervoor een vriendelijke dag met zon en wolken, alleen een stuk frisser. Net als vorige week wou ik naar buiten, bij AH vlug yoghurt en fruit scoren, nothing too heavy. Al om de hoek was het duidelijk dat dit em niet ging worden. Zo wankel op m’n benen ondanks de krukken, en pijn ook nog, shit verdomd als het niet waar is! Wat gaan we nou meemaken zeg. Na tien stappen richting AH moest ik de moed echt opgeven en rechtsomkeert maken. Dat was even slikken. Omdat het ook gek was dat vorige week wel en nu…terwijl er sprake was van vooruitgang met reuzensprongen. Hmm Hum so hum so hum so hum. Take your loss.
Terwijl ik m’m tas afdeed, de tas met Love Kills Slowly erop gaat m’n mobiel over. Heb ik je nog niet verteld, maar m’n telefoon heeft dankzij Nenno een heel grappige ringtone, die op een gegeven moment echter heel irritant kan worden als i om de haverklap gaat zoals in het ziekenhuis bijvoorbeeld dan leek het wel een soapaflevering. De ringtone is namelijk ‘Help’ van The Beatles. Hoor je het voor je? Achter elkaar gaat i over, Help in een ziekenhuiskamer op krukken strompelend naar wherever that f….!
Hier thuis is het een rustiger omgeving maar toch komt het hard binnen, ‘help’. Nu was het een helping hand from heaven want het was Charlie.
Alles goed vroeg i, ja zei ik prima, zo klink je niet zei Charlie, what’s up? Dus ik vertelde hem van mijn teleurstelling dattik niet eens een kak-endje naar AH kon lopen, dat ik het geprobeerd had, er zin in had maar het ging echt niet, en het was nog maar net gebeurd. Geeft niks, ga lekker schrijven, zei Charlie. Ik doe die boodschappen wel voor je, ap me maar wat of je nodig hebt.
Een uurtje later komen Charlie en Lein binnen ze hebben de sleutel. We drinken koffie en ik kan ze het kersverse heuglijke nieuws vertellen over mijn optreden in het verschiet van November als Singing Murmaid van de Retirade bij Boem Paukenslag in de FeelHarmony, van De Zingende Zaag. Hoe vin je dat? Net gehoord! Hij belde me net! George Moormann! Goed nieuws nietwaar? Dan kan ik Murphy Slaw voorlezen, of The MurMurMaidSong zingen, of een ander liedje. Er schijnt sprake te zijn van een cross-over met een Stradivarius. Sirene van de Retirade schenkt gele Haarlemonade, op een tafel staat een schaaltje leuke en verantwoorde snoepjes, zonder beenmerg, een kleurig schaaltje vol gekleurd doorzichtig snoepgoed en daarnaast een kistje of blikje voor de fooien, dat moet een eyecatcher wezen. Wie weet wel onder zo’n hoerig schemerlampje, of juist niet, zo’n groene bankierslamp.